Eén sport, geen één baas
Wie in het boksen vraagt wie de wereldkampioen zwaargewicht is, krijgt een antwoord. Wie dezelfde vraag stelt over het kickboksen, krijgt er meestal meerdere. De geraadpleegde bronnen zijn daar eenduidig over: er bestaat geen enkel internationaal bestuursorgaan voor de sport, en er bestaat geen enkel wereldkampioenschap. Kampioenstitels worden uitgegeven door afzonderlijke organisaties, zoals K-1 en Glory.
Dat is geen kwestie van slordigheid, maar van ontstaansgeschiedenis. Het kickboksen groeide in Japan en de Verenig Staten min of meer tegelijk, begin jaren zeventig, uit verschillende wortels. Het Japanse kickboksen maakte zich los van de harde karatestijlen zoals kyokushinkai, met invloeden van het muay thai. Het Amerikaanse kickboksen ontstond als systeem om vechters van verschillende stijlen tegen elkaar te laten meten. Twee geboortegronden, twee tradities, en nooit een moment waarop die samenvielen in één overkoepelende bond.
Hoeveel bonden deelt er nu eigenlijk titels uit?
Meerdere, en ze werken niet volgens dezelfde regels. De bekendste internationale bestuursorganen zijn de WAKO (World Association of Kickboxing Organizations), de WKA (World Kickboxing Association) en de ISKA (International Sport Kickboxing Association). Daarnaast geven commerciële organisaties als K-1 en Glory eigen titels uit. De wedstrijden die door de verschillende organen worden georganiseerd, hanteren verschillende regels: de een staat de clinch royaal toe, de ander beperkt hem, en over elleboogstoten lopen de meningen ver uiteen.
| Organisatie | Jaartal | Terrein |
|---|---|---|
| Kickboxing Association | 1966 | Eerste sanctionerende bond, Osaka |
| PKA | 1974 | Amerikaans full contact |
| WKA | 1976 | Internationaal |
| NKBB | 1976 | Nederland |
| WAKO | Internationaal, meerdere disciplines | |
| ISKA | Internationaal | |
| K-1 en Glory | Commerciële titels |
De tabel maakt het probleem zichtbaar. Zes organen met eigen regels betekent zes mogelijke wereldkampioenen in dezelfde gewichtsklasse. De pagina's die dit beschrijven publiceren geen volledige oprichtingsdata voor WAKO en ISKA; die ontbreken in de geraadpleegde bronnen.
Vanaf het begin geregeld als los zand
De eerste poging tot orde kwam uit Japan. In 1966 richtte de Japanse bokspromotor Osamu Noguchi, die de term kick boxing had bediend voor zijn mengvorm van muay thai en karate, de Kickboxing Association op. Het eerste kickboksevenement vond op 11 april 1966 in Osaka plaats. Eén bond dus, maar alleen voor de Japanse variant. De Amerikanen volgden met een eigen kalender: in 1974 werd de PKA opgericht, in 1976 de WKA. Beide organiseerden op wereldschaal, geen van beide claimde het alleenrecht, en de splitsing was daarmee een feit.
Ook Nederland bouwde zijn eigen huis. In 1976 richtten Jan Plas (Mejiro Gym, Amsterdam) en Thom Harinck (sportschool Chakuriki, Amsterdam) de Nederlandse Kick Boxing Bond op, naar het voorbeeld van de Japanse variant. Hoe de sport het land bereikte en waarom de Nederlandse stijl meer op thaiboksen ging lijken dan op het Amerikaanse full contact, staat beschreven in hoe de sport Nederland bereikte.
Waarom de regels per bond verschillen
De verschillende regels volgen uit de verschillende disciplines. Het kickboksen kent vier disciplines op de tatami en drie varianten in de boksring, van Semi Contact, waarin de wedstrijd bij elk punt wordt stilgelegd, tot K-1, een mengsel van staande vechtsporten volgens de regels van het full contact. De puntenwaarden lopen uiteen: in het Semi Contact is een trap op het hoofd twee punten waard en een gesprongen trap naar het hoofd drie. Wie de volledige uitleg wil, vindt die bij de disciplines van het kickboksen.
Een bond die Semi Contact organiseert, heeft andere behoeften dan een bond die K-1-partijen promoot. Daar komt bij dat elleboogstoten in het kickboksen, anders dan bij het traditionele thaiboksen, niet zijn toegestaan. Maar bij sommige Nederlandse wedstrijden worden ze onder Thaise regels of full muay thai tóch toegestaan, en hoe snel de clinch wordt opgebroken hangt af van de klasse en de bond. Zelfs binnen Nederland is er dus geen uniform reglement.
Wat het Belgische gordelstelsel onthult
België laat zien hoe ver de reglementen uit elkaar kunnen lopen. Daar heeft koepelfederatie WAKO Belgium het alleenrecht op het organiseren, monitoren en promoten van de kickbokssport. Alleen die federatie kan atleten afvaardigen voor officiële nationale en internationale wedstrijden. Daarnaast bestaat de subfederatie BKBMO, waaronder officiële clubs vallen.
Het meest treffend is het gordelstelsel. Belgische kickboksers dragen een gordel met een specifieke kleur of code die het niveau aanduidt: de aanloopkleuren wit, geel, groen, blauw en bruin wijzen op een lagere graad, de KYU, zwarte gordels op de hogere DAN-graden. Nederlandse bronnen over een vergelijkbaar systeem ontbreken in dit dossier. Het contrast met de commercieel gedreven titeljacht van K-1 en Glory is groot: dezelfde sport, twee manieren om niveau te meten.
Geen wereldkampioen, wel een erelijst
Voor de kijker maakt het aantal bonden weinig uit. Titels van K-1 en Glory zijn de wedstrijden die op televisie en internet verschijnen, en daarbij staat de organisatie vooraan, niet de bond. De sport verbergt zijn versnippering dus niet; hij is erop gebouwd.
Zolang geen enkel orgaan het alleenrecht claimt, blijft de vraag wie de beste ter wereld is zonder eenduidig antwoord. De tabel hierboven is het begin van een verklaring. De volledige lijst organen, hun disciplines en hun reglementen staat op de Nederlandstalige Wikipedia-pagina over het kickboksen, die dit artikel als bron gebruikt. Dat de sport ondanks die versnippering uitgroeide tot een Nederlandse succesgeschiedenis, is een ander hoofdstuk.
Bronnen bij dit stuk
- Wikipedia (NL), Kickboksen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Kickboksen
- Wikipedia (EN), Kickboxing, https://en.wikipedia.org/wiki/Kickboxing